maandag 30 november 2015

Baby’s en dyslexie

Baby’s ontwikkelen zich door kijken, luisteren en bewegen. Dit is een totaal gebeuren. Het vormt de inleiding op het leren denken. Alles hangt met elkaar samen.

Via hersenscans kan vastgesteld worden of baby’s dyslexie kunnen ontwikkelen. Deze kinderen reageren anders op taalklanken dan kinderen zonder risico. Helaas roepen alle dyslexiespecialisten dat het belangrijk is om in een vroeg stadium dyslexie bij een kind vast te stellen, zodat je in een vroeg stadium iets kunt gaan doen. Er is echter nog geen dyslexieonderzoeker die wetenschappelijke antwoorden heeft op wat je kunt doen om het effect te verminderen.

Zoals ik in eerdere bijdragen heb beschreven, hoef je als ouder van een kind met mogelijk dyslexie niet te gaan zitten afwachten, maar kun je veel doen door beschermende omgevingsfactoren te creëren.

Wat kun je als ouder doen voor je baby?

  • Een rustige omgeving creëren, waarin het kind de gelegenheid krijgt om de indrukken die het opdoet te verwerken. (Zie dyslexie en omgevingsfactoren)
    Stimuleer de ontwikkeling van je kind door het te volgen in zijn ontwikkeling. Jaag het niet op door het dingen aan te bieden of te vragen waar het nog niet aan toe is. Elk kind heeft zijn eigen ontwikkelingstempo.
  • Mogelijkheid bieden om te bewegen. Bijvoorbeeld:
    • Omrollen of andere afwisseling van lichaamspositie maakt dat het kind moet wisselen van focus. Het aanleren van deze vaardigheid kun je zien als een voorbereiding op het leren lezen. Omrollen vraagt daarnaast veel van het coördinatievermogen van de baby en bijna alle spiergroepen worden gebruikt.
    • Spelen met handen of voeten. Ook hierbij gaat het om focus. Sommigen zeggen dat kinderen met dyslexie dit niet doen.
    • Kruipen. Belangrijk voor het ontwikkelen van een links-rechtsbalans. Alle baby’s reageren nog vooral vanuit de rechter hersenhelft, maar voor kinderen met dyslexie is het eens te meer belangrijk om de samenwerking met de linker hersenhelft te stimuleren. (zie mijn bijdrage over dyslexie en motoriek)
  • Taalontwikkeling stimuleren. Dit is extra belangrijk voor kinderen met mogelijke dyslexie. Veel taal aanbieden door praten, zingen, dingen benoemen en boekjes geven vanaf 3 maanden. Over lezen meer in mijn volgende bijdrage.

    • Praten tegen/met je kind bevordert taalontwikkeling en woordenschat.
      In het eerste jaar vooral ingaan op de activiteiten van het kind: dus alles benoemen wat het kind doet, of om zich heen ziet zoals lichaamsdelen, dingen in huis en buiten. Zo leert het kind de melodie en de klankpatronen van de taal.
    • Het kind moet je gezicht kunnen zien. Het kind moet zien waar je naar kijkt om te begrijpen waar je het over hebt. Alleen dan kan het een relatie leggen tussen wat het ziet en de bijbehorende woorden, zinnen en intonatie.
      Een kinderwagen waarbij het kind je aankijkt, is daarom beter dan een waarbij het kind met zijn rug naar je toe zit.
      Wees je bewust van het dwingende effect van telefoons. Kijk eens om je heen naar hoe ouders vaak meer op hun telefoon kijken dan dat ze bezig zijn met het gesprek met hun kind.
    • Een baby leert in het eerste jaar de fonologie/ de klank en de melodie van de taal. Een mooi voorbeeld is dit Russisch kindje in gesprek met haar vader.

      Het is heel belangrijk om veel aandacht te besteden aan de goede uitspraak en articulatie van wat je zegt.
    • Ingaan op brabbelen van je kind door te reageren met een vraag. Het kind wordt daardoor gestimuleerd om verder te reageren.
  • Zingen: kinderen leren enorm veel taal van liedjes zingen. Het stimuleert de woordenschat en de kennis van de grammatica van de taal.
    Daarbij is het beter om zelf te zingen dan cd’s of filmpjes van te snel gezongen te laten luisteren.
    Koppel waar mogelijk de liedjes aan beweging.
  • Muziek luisteren:
    • Het kind leert luisteren. Dat heeft een positief effect op auditieve vaardigheden en het leren onderscheiden van klankverschillen. Laat het kind ook af en toe luisteren naar klassieke muziek. Zeker baby’s zijn erg gevoelig voor de klanken van barokmuziek. Mozart is een topper voor baby’s. 
  • Voldoende slaap. Het licht van beeldschermen lijkt op ochtendlicht, waardoor het het lichaam in verwarring brengt. Nog een reden om voorzichtig te zijn met beeldschermmedia en (jonge) kinderen. 
 Maar vooral:. Elk kind is uniek: Geniet van je kind, wat het allemaal kan en wie hij is! :-) 


In mijn volgende bijdrage kom ik terug op lezen met baby’s!

maandag 9 november 2015

Tablet, dyslexie en het jonge kind

Een groep experts op het gebied van ontwikkeling van jonge kinderen heeft adviezen geformuleerd voor het verstandig mediagebruik door jonge kinderen.
Ik zal de belangrijkste punten hier kort op een rij zetten.

Ontwikkeling van het kind
In een eerdere bijdrage heb ik geschetst hoe de hersenen van jonge kinderen zich ontwikkelen.
  • Deze ontwikkeling is bepalend voor de rest van hun leven.
  • Alle kinderen doorlopen dezelfde fases.
  • Het tempo waarin die ontwikkeling plaatsvindt, is heel verschillend. Daar is maar in beperkte mate invloed op uit te oefenen.
  • Je kunt wel een gunstig ontwikkelingsklimaat creëren. Dat doe je door je kind gelegenheid te geven tot het opdoen ervaringen:
    • op zintuiglijk gebied (kijken en luisteren),
    • op motorische gebied
    • qua interactie met de ouders en anderen.
  • Jonge kinderen hebben alle tijd die ze wakker zijn nodig om zich te leren verhouden tot de fysieke wereld.
Baby’s en beeldschermmedia
  • Baby’s (0-2 jaar): beeldschermmedia bieden geen voordeel, ze kunnen wel schade berokkenen aan de hersenontwikkeling. Gebruik ze dus zo min mogelijk.
  • Valkuil: apps krijgen vaak het verkoopetiket: educatief. Dat geeft de indruk dat ze goed zijn voor de ontwikkeling van je kind.
  • Educatief houdt echter een vorm van schools leren in waar kinderen tot 6 jaar nog niet aan toe zijn. Educatieve apps zullen dus aan je kind sjorren en trekken en daarmee zijn ontwikkeling niet positief beïnvloeden. Wees dus argwanend ten opzichte van deze apps.
  • En denk ook nog eens aan het belang van het leren herkennen van gezichtsuitdrukkingen. Die ontbreken bij apps en kun je alleen toevoegen door samen met je kind een app te spelen. Door er samen over te praten en er plezier in te hebben.
  • Een paar minuutjes samen een app spelen is echt een maximum. Daarna weer gewoon in de driedimensionale wereld ervaring laten opdoen.
  • Let ook op beeldschermen als achtergrond-ruis. Bijvoorbeeld als oudere kinderen naar een tv-programma kijken, kijkt de baby of peuter mee.
Peuters en kleuters en een tablet
  • Beeldschermmedia voor jonge kinderen hebben weinig meerwaarde.
  • Geef je kind vooral de mogelijkheid zich te ontwikkelen via spelen, bewegen, muzikale en literaire beleving. Dit laatste klinkt zwaar, maar is belangrijk voor de integratie van de rechter en linker hersenhelft.
  • Je stimuleert dit simpel door voor te lezen. Daarbij kun je een papieren boek af en toe afwisselen met een digitaal prentenboek dat voldoet aan veilige criteria.
  • Criteria voor apps, die niet schadelijk zijn voor de hersenontwikkeling van je kind, zijn:
    • De app neemt beperkte tijd in beslag nemen;
    • De app wordt gebruikt in interactie met een opvoeder die de ervaring van het kind met taal begeleidt;
    • De app wordt aantrekkelijk (‘leuk’) gevonden door opvoeder en kind;
    • De app sluiten aan bij de ontwikkeling en aandacht van het kind;
    • De app legt een relatie met ervaringen uit het dagelijks leven;
    • De app nodigt de opvoeder uit mee te doen en zo de interactie stimuleren.
    • Dat de app educatief is, is geen criterium, eerder iets om voor op je hoede te zijn.
  • Een app kan het papieren boek niet vervangen. Kinderen komen minder goed in het verhaal omdat ze te veel in beslag worden genomen door de techniek.

Interactief leesboek
  • Een interactief boek heeft wel een positief effect, als het aan de juiste criteria voldoet en je het eerst samen leest. Het voegt bewegend beeld aan het verhaal toe, waardoor de betekenis van woorden duidelijker wordt.
  • Ook passende geluiden op het juiste moment benadrukken de betekenis van woorden.
  • Wanneer je het boek eerst een of twee keer samen met je kind leest, kan het daarna zelf het boekje lezen. Het kent het verhaal. Het hoort de woorden nogmaals, waardoor ze zullen beklijven.
  • Het positieve effect wordt versterkt als je het papieren boek gebruikt naast het interactieve boek.
  • Er zijn nog niet veel goede Nederlandstalige voorleesapps voor jonge kinderen. Raadpleeg betrouwbare websites waar apps worden beoordeeld op mogelijkheden tot verstandig gebruik. Een lijstje van deze sites vind je hieronder.
Tablets en dyslexie
  • Programma’s op een tablet spreken jonge kinderen aan, omdat die vooral een beroep doen op hun rechterhersenhelft en dat is nu juist de sterke kant van baby’s en peuters.
  • Hierin schuilt ook het gevaar van verslaving. Het stimuleren van de rechterhersenhelft geeft een gevoel van welbehagen. En dat vraagt om meer van hetzelfde.
  • De hersenontwikkeling is erbij gebaat om de beide hersenhelften met elkaar in overeenstemming te brengen.
  • Bij kinderen met een aanleg voor dyslexie is dit dubbel belangrijk, omdat juist bij hen de linker hersenhelft zich anders ontwikkelt dan bij niet-dyslecten. Juist links moet gestimuleerd worden.
  • Dat doe je door taal te verbinden aan de beelden van de app.
  • Een paar minuutjes een app spelen kan geen kwaad, maar speel de app dan samen met je kind, zodat je woorden kunt verbinden aan de plaatjes van de app.
  • Voor kinderen met mogelijk dyslexie is daarbij een goede articulatie erg belangrijk. 
-------------------------------------------------------------------------------
Websites verantwoorde media voor jonge kinderen
Achtergrondinformatie

maandag 19 oktober 2015

Dyslexie en omgevingsfactoren

Dyslexie wordt beschouwd als een ontwikkelingsstoornis. Dat klinkt vreemd als je in aanmerking neemt dat dyslexie ook erfelijk is. Toch klopt deze opvatting. De ontwikkeling van dyslexie (en veel andere zaken die je via je genen erft) wordt beïnvloed door omgevingsfactoren.

Dat wil zeggen dat het voor de mate waarin dyslexie zich ontwikkelt, veel uitmaakt, waar een kind opgroeit en hoe de ouders en anderen met het kind omgaan.

Op een aspect wil ik hier wat verder ingaan: de omgang met nieuwe media.





Meer dyslexie, autisme en adhd
Momenteel doet zich een alarmerende ontwikkeling voor: steeds meer kinderen ontwikkelen adhd, dyslexie en autisme[i]. Deze tendens was eerst vooral in de VS te zien, maar nu zie je dit ook in Europa overal om je heen. De oorzaken van deze ontwikkeling wordt o.a. beschreven door de Britse schrijfster en pedagogisch adviseur Sue Palmer in haar boek Toxic Childhood[ii]. Sommige hebben haar naar aanleiding van dit boek weggezet als digifoob, als iemand die bang is voor de snel veranderende maatschappij. Niets is minder waar. Zij zegt veel waar ouders van kinderen met mogelijk dyslexie veel aan kunnen hebben om de invloed van het dyslexie-gen van hun kind te beperken.


Want wat gaat er mis?

Zoals ik al eerder schreef hebben kinderen tijd nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Tijd is echter een kostbaar goed geworden in een zich turbosnel ontwikkelende maatschappij. De  hersenen van baby’s, peuters en kleuters ontwikkelen zich wel explosief, maar hun razendsnelle ontwikkeling gaat niet sneller dan voorheen. Zij hebben tijd en rust nodig om hun hersens de gelegenheid te geven om zich te ontwikkelen. 

Om goed te leren kijken en luisteren heeft een kind rust en tijd nodig om te kunnen nadenken over wat het ziet of hoort. Daarna kan de nieuwe informatie opgeslagen worden. Door bijvoorbeeld nog een keer het liedje te zingen, het verhaaltje voor te lezen, of de voorwerpen te benoemen die je onderweg tegen komt, gedijt het kind goed.


Tijd, rust en dyslexie

In het eerste levensjaar is de ontwikkeling van het kind vooral een voorbereiding op het leren spreken. Het kind doet vooral ervaring op via kijken, luisteren, proeven, voelen en ruiken. Woorden betekenen nog niets voor baby’s. Ze horen klanken. Ze slaan de klanken op in de hersenen en zijn daardoor in staat de volgende keer dat ze de klank horen, om die te herkennen. Zo leren ze bijvoorbeeld de melodie van de moedertaal. Die verwerking kost echter tijd en vraagt om een ruis-arme omgeving.

Voor kinderen met mogelijk dyslexie is dit een cruciale periode. Dyslexie gaat immers vooral over klankwerking.

Een kind met mogelijk dyslexie is gebaat bij rust en tijd om de klanken die het hoort te verwerken en ze op te slaan om ze later weer te herkennen. Daarvoor is praten tegen en met het kind van groot belang.

In een een-op-een gesprek kun je je conversatie aanpassen aan de behoefte van je kind: herhalen, duidelijk uitspreken, langzamer praten. Oogcontact is daarbij cruciaal. Het kind leert daarmee niet alleen taal, maar ook gezichtsuitdrukkingen herkennen, wat van groot belang is voor de ontwikkeling van zijn empatisch vermogen.


In het tweede levensjaar start het kind met praten. Ook hierbij is het essentieel om te reageren op wat het kind zegt. Bijvoorbeeld: de woorden die het nog niet goed uitspreekt, herhaal je in je antwoorden. Hierdoor hoort je kind de juiste uitspraak terug zonder dat het zich gecorrigeerd voelt. Deze manier is voor alle kinderen goed, maar eens te meer voor kinderen met mogelijk dyslexie.

Misschien heb je –als dyslect- zelf ook ervaren dat je meer tijd nodig hebt om dingen in te slijpen. Dat geldt ook voor je mogelijk dyslectische kind. Je kind zal er veel baat hebben, als je gesprekken met hem voert en als je hem taal aanbiedt in de vorm van voorlezen en over het boekje praten.

Ook hierbij is echt (oog)contact belangrijk. Denk bijvoorbeeld eens aan je wandelwagen: neem er een waarbij het kind je aankijkt. Je kunt beter contact maken en je kind ziet ook waar je naar kijkt als je iets interessants aanwijst en benoemt. Dit is essentieel voor zijn taalontwikkeling. 

Waarom tablets, smartphones en tv funest zijn voor je baby en peuter

Baby’s zoeken contact met de ogen van de moeder (e.a.). Als de moeder (e.a.) daarop ingaat, geeft dit hen een gevoel van bevestiging en veiligheid, die een goede basis legt voor de rest van hun leven. Ze leren daarmee ook gezichten lezen. De empathie van het kind wordt daarmee gestimuleerd. 

Het lezen van gezichtsuitdrukkingen kost echter verwerkingstijd. Daarvoor is rust en tijd nodig.

Op Youtube kun je veel filmpjes vinden van trotse ouders. Ze zijn trots op hun kind, omdat het al zo goed overweg kan met een tablet. Het kind swipt zich suf en dat ziet er ‘volwassen’ uit.

Wat je echter ziet, is een kind dat grote kans heeft op het ontwikkelen van adhd, dyslexie of autisme.

Waarom?

Digitale middelen, waaronder ook tv gaan veel te snel. Ze geven het kind geen tijd om de informatie te verwerken en op te slaan. Ook voor het trainen van concentratie en het focussen met de ogen krijgen ze geen kans.



Dit wordt als grappig gezien, maar veel ouders hebben geen idee van de schadelijke effecten van digitale media voor baby’s en peuters.


Een baby of peuter die driftig zit te swipen, oefent alleen een beperkte motorische beweging. Datgene wat het te zien krijgt, heeft nog geen betekenis voor hem. Het is alleen geboeid door het effect dat het teweeg brengt. Leuk, maar de tijd die het achter de tablet doorbrengt, gaat af van de tijd die het kind nodig heeft om de reële wereld te verkennen. Het leert niet communiceren, het leert geen klanken en taal. Het krijgt geen gelegenheid voor het oefenen van empathie, want de gezichten die langskomen reageren niet op het kind.

Voor tv geldt hetzelfde. Het kind zit bewegingsloos naar het scherm te staren. De beelden gaan veel te snel. Het kind heeft geen tijd om gezichten te lezen en taal en klanken te verwerken. Dit gaat allemaal ten koste van de hersenontwikkeling.

Een kind met mogelijk dyslexie dat hieraan blootgesteld wordt, zal mogelijkerwijs een ernstiger vorm van dyslexie ontwikkelen dan eenzelfde kind voor wie deze middelen bewaard worden voor een latere leeftijd.


Geen digifoob

Mijn eigen dyslectische kinderen groeiden op in een tijd dat we alleen te maken hadden met de tv. Het feit dat mijn zoon als baby het hele wereldkampioenschap voetbal op tv heeft meegekeken, zal ongetwijfeld geen goed hebben gedaan aan het verminderen van de ontwikkeling van zijn dyslexie, weet ik nu.


Als ik nu mijn kinderen zou moeten opvoeden, dan zou ik geen risico willen lopen en het advies van hersenwetenschappers opgevolgd hebben en ze de eerste twee jaar ver van onbegeleid gebruik van tablet en computerspellen en tv kijken houden.

En nee, ik heb geen fobie voor digitale media!
En ja, begeleid naar speciale babyprogramma's kijken, zoals Dribbel, kan. Als het programma maar echt op de verwerkingstijd van baby's en peuters is ingesteld.

En ja, met oma skypen kan natuurlijk!



In mijn volgende bijdrage kom ik op dit onderwerp terug.




[i] Voorbeeld: In de VS begin jaren ’80: autisme bij 1 op de 50.000. In 2004 bij 1 op de 166. En het aantal diagnoses neemt per jaar met 25% toe. De toename kan niet toegeschreven worden aan een betere diagnosticering
[ii] Dit boek is in het Nederlands vertaald: Sue Palmer: Vriend of vijand, Opgroeien met crèche, cola en computers, 2007, Houten, Antwerpen. Het is een dik boek, maar toch een echte aanrader.
Het ziet er voor dyslecten misschien afschrikwekkend dik uit, maar bij nader inzien valt het wel mee. De bladzijden zijn tamelijk dik en de letter is groot.
Elk hoofdstuk eindigt met tips in een kader, waardoor je de tips heel makkelijk vindt. Gebruik het gewoon als naslagwerk.



maandag 21 september 2015

Dyslexie en voeding



Hersenonderzoek wijst uit dat als er niets verandert aan het voedsel dat kinderen wereldwijd - en met name in de rijke wereld - te eten krijgen, dat we dan geconfronteerd zullen worden met problemen rond hersendegeneratie, die nauw verwant is aan leerproblemen, o.a. dyslexie.

Het brein heeft enorm veel zuurstof en voedingsstoffen nodig. Ongezond eten veroorzaakt niet alleen problemen voor de lichamelijk ontwikkeling, maar ook voor hersenontwikkeling, voor het leervermogen dus.

Foto: Nanda Geuzebroek


Kinderen krijgen steeds meer junkfood tot zich. Reclame heeft hier een grote invloed op. Ongezonde voeding vormt een complex probleem waarin ouders, overheden, reclame, voedselproducenten, - de hele maatschappij dus-  een rol speelt. 

Junkfood kenmerkt zich door:

·         suiker: suiker bevat geen voedingsstoffen, maar verpest de smaak van kinderen, waardoor ze gevoelig worden voor verslaving aan ongezond eten. Suiker bevredigt kort de energiebehoefte, maar went kinderen af van de smaak van gezond voedsel. Dat smaakt al gauw flauw. Suiker eten kan leiden tot hyperactiviteit en impulsiviteit. Dat veroorzaakt een verminderde concentratie. Concentratie die ze hard nodig hebben om met succes onderwijs te kunnen volgen.
Suiker bevat geen voedingsstoffen. Kinderen krijgen daardoor een tekort aan mineralen en vitaminen. Bepaalde tekorten worden aangetroffen bij kinderen met ADHD en dyslexie. 

·         ongezonde vetten: vet is een belangrijk onderdeel van het gezonde voedsel van kinderen. Kinderen tot 2 jaar hebben veel gezond vet nodig voor de explosieve ontwikkeling van hun brein. (Moedermelk bestaat voor de helft uit vet.)
Ongezonde vetten zijn verzadigde vetten, zoals dierlijke vetten. Gezonde vetten zijn plantaardige vetten en vetzuren zoals omega-3 (vooral in vette vissoorten) en omega-6 (plantaardige olie, vlees en melkproducten). Voor een tekort aan Omega-3 vetzuren komt steeds meer het bewijs dat ze een rol spelen bij concentratievermogen en leerprestaties van kinderen met ADHD en dyslexie. Een teveel aan Omega-6 kan juist een tragere werking van de hersenen te weeg brengen.

·         verkeerde vetten: Dit zijn kunstmatige ‘transvetzuren’. Deze zijn nog slechter dan verzadigde vetten, zoals boter en dierlijk vet. Ze komen voor in fabrieksbrood, kant-en-klare magnetronmaaltijden, maar vooral in chips, cake en gebak. Ze verhinderen de communicatie tussen hersencellen.
Foto: Nanda Geuzebroek

·         toevoegingen zoals smaakverbeteraars: Het is lastig om vast te stellen welke stoffen welk effect hebben, doordat veel kant-en-klaar maaltijden en ander junkfood een mix aan toevoegingen bevatten. Er is wel reden om de schadelijke effecten op de ontwikkeling van de hersenen serieus te nemen.

Ga er maar aan staan als ouder! Het is lastig om je kind totaal weg te houden van junkfood. Je doet dat thuis, maar je kind komt ook bij vriendjes. Het ziet reclame en krijgt ‘lekkers’ van andere liefhebbende volwassenen. 

Toch kun je een gezonde basis leggen of herstellen als er al iets mis is gegaan.
Sue Palmer[iii] geeft daar de nodige tips voor, o.a.:

·        Houd de gezinsmaaltijd in stand op een vaste tijd. Onderzoek heeft aangetoond, dat tieners die met hun ouders aten, minder geneigd zijn tot roken, drinken en drugsgebruik. Ze zijn ook minder gevoelig voor depressie.
Een onderzoek onder hoog presterende studenten in Amerika wees als enige gemeenschappelijke kenmerk van deze groep aan dat ze thuis aan tafel gegeten hadden!
Voordelen van samen aan tafel eten:
o        Ouders kunnen kinderen gewenst gedrag aanleren, zoals tafelmanieren, aandacht voor anderen en verstandige eetgewoonten. Je kunt een kind aanmoedigen onbekend eten uit te proberen door het telkens een klein beetje ervan aan te bieden.
o        Invloed op de sociale ontwikkeling doordat er onderling gecommuniceerd kan worden, wat goed is voor de taalontwikkeling. Dat werkt weer positief  op het verminderen van het effect van dyslexie. 

·        Recept voor succesvol samen eten: volwassenen beslissen wat, waar en wanneer kinderen eten, kinderen beslissen hoeveel en bovendien of ze iets eten. Als een kind iets niet lust, dan krijgt het niet wat anders aangeboden. Doordat er meer schalen of pannen op tafel staan kan het kind kiezen. Het kan dan toch iets eten. 

Dyslexie
Toen ik dit blog begon, had ik niet gedacht bij voedsel uit te komen. Gezien de grote effecten van voedsel op de ontwikkeling van de hersenen en de noodzaak voor ouders van een kind met mogelijk dyslexie bewust alles te doen wat positief werkt op de hersenontwikkeling van hun kind, lijkt me dit heel belangrijke informatie. Vandaar dat ik je dit niet heb willen onthouden.



[iii] Sue Palmer, Vriend of vijand, hoofdstuk een. Op dit boek kom ik in een volgend blog terug.


dinsdag 8 september 2015

Motoriek en dyslexie

Motoriek oefenen is van cruciaal belang om de effecten van dyslexie binnen de perken te houden.
Kinderen met dyslexie hebben vaak een onhandige motoriek, niet alleen bij de gymlessen en bij het spelen, maar ook met de fijne motoriek die nodig is om te schrijven.
Zaak dus om de motorische ontwikkeling van baby’s, peuters en kleuters met mogelijk dyslexie in de gaten te houden en te stimuleren.

Onlangs hoorde ik een schokkend verhaal.
Een vriendin die in de kinderopvang werkt, vertelde dat ze in hun babygroep te maken hadden met het verbijsterende symptoom dat er een heel cluster kinderen was dat niets anders kon dan op de grond zitten en om zich heen kijken. Ze kropen niet, ze waren niet in staat om iets te pakken als dat niet binnen handbereik lag. Ze begonnen dan te huilen en verwachtten dat de leidster het hen aanreikte. Een van de baby’s stond al op de nominatie voor fysiotherapie!

Uiteraard maakte men zich ernstig zorgen over deze groep. Eerst dacht met dat het toeval was: een aantal kinderen met een trage motorische ontwikkeling was bij elkaar terecht gekomen. Na een tijdje realiseerde men zich dat deze trage ontwikkeling te maken had met hoe met deze kinderen om gegaan werd.

De ouders van deze kinderen vlogen – met de beste bedoelingen - bij elke kik of elk huiltje van hun kind op om aan zijn of haar wensen te voldoen. De kinderen hoefden nooit moeite te doen om zich nergens naar toe te bewegen. Gevolg was dat ze zich motorisch niet normaal konden ontwikkelen. Ze zaten veilig in hun maxi-cosi, waar ze zich niet konden bezeren, maar waarin ze zich niet konden bewegen.
Ze leerden niet omrollen, waarbij ze hun spieren konden oefenen en waarbij ze leerden om hun ogen te focussen op het nieuwe perspectief. Focussen is een basisvaardigheid die geleerd moet worden, zodat kinderen later in staat zijn om te focussen op lezen.

Een andere verklaring zou kunnen zijn: het kind is ‘verwend’ geworden met babyspeelgoed als een babygym. Daarbij hoeft het kind niets anders te doen dan passief liggen kijken. Als een dergelijke poppenkast boven het bedje hangt, zal het niet tot rust kunnen komen, waardoor het slechter in slaap zal vallen.
Op filmpjes van kinderen met dergelijke drukke bouwsels boven hun hoofd zie je dat ze vaak wegkijken. Ze beschermen zichzelf! Ze reageren wel onmiddellijk op de moeder als die tegen hen begint te praten.
Stel je zelf eens voor dat je met zoiets boven je hoofd in je bed ligt! En stel je vooral de muziekjes erbij voor die hieraan gekoppeld zijn!


Een andere verschijnsel dat bij deze kinderen werd waargenomen was dat ze niet geleerd hadden hoe ze moesten vallen, hoe ze zichzelf daarbij konden beschermen. Als een van die kinderen omviel, viel het ook als een blok om, waarbij het altijd met zijn hoofd op de grond terecht kwam.

Maar bovenal hadden ze niet geleerd dat ze zelf invloed konden uitoefenen op hun situatie, en dat ze zelf iets konden oplossen. Hun zelfvertrouwen was daardoor niet gestimuleerd.

Dit verhaal toont de nadelen van het pamperen van kinderen en de voordelen van het stimuleren van een onderzoekende geest van het kind door het ruimte te geven zich te bewegen en ergens op af te gaan.

Relatie met dyslexie
Zoals ik eerder heb beschreven is een goede motorische ontwikkeling cruciaal voor de ontwikkeling van een kind. Dyslexie gaat vaak gepaard met een onhandige motoriek. De balans tussen de linker en rechter hersenhelft is bij dyslexie anders dan ‘normaal’. Het is belangrijk daar rekening mee te houden. Om later met succes te leren lezen en rekenen moet het kind de gelegenheid gehad hebben zich motorisch te ontwikkelen.

Hoe doe je dat? Eigenlijk is er een simpel antwoord: Geef je kind de mogelijkheid om te bewegen.
Geef je baby de ruimte om te bewegen, zodat het kan omrollen. Leg je kind in de box of op een speelkleed. Parkeer het niet aldoor in een wipstoeltje of maxi-cosi.
Bied je baby gelegenheid om naar voorwerpen te reiken of ze te pakken, maar overprikkel het niet door te veel aan kleur, geluid en hoeveelheid.
  • Geef je kind de gelegenheid zijn of haar eigen oplossing te zoeken om iets te pakken dat niet direct binnen handbereik ligt. Uiteraard binnen de mogelijkheden die passen bij de leeftijd.
  • Maak je kamer peuterproof, zodat het zich veilig door de kamer kan bewegen.
  • Leer het kind trappen lopen.
  • Laat ze buiten spelen.
  • Laat ze springen, klimmen en klauteren, ook al sta je dat met een blauw hart te bekijken.
  • Leer ze steppen, fietsen, etc.
  • Stimuleer de fijne motoriek door je kind te laten kleuren, prikken, verven, tekenen en knippen.
  • Vermijd tv kijken of beperk de hoeveelheid tijd die het kind mag kijken als het wat ouder wordt.
  • Hetzelfde voor wat betreft computers en tablets: zeker tot 2 jaar uit hun buurt houden. Hierover later meer.

Boekentip


Een heel leuk boek om met je kind te lezen en uit te proberen is Waggel! van Rufus Butler Seder. Het is een boekje met bewegende afbeeldingen van dieren die zich allemaal op een andere manier voortbewegen.
Het kind wordt daarmee op een leuke manier uitgedaagd zich te bewegen als een pinguïn, een kikker, een slang, een varken, een olifant etc. Aan het eind moet het op een van deze manieren hard weg lopen voor een grote griezelige krokodil: plezier voor kind en ouder!




Let op!
Wanneer je je kind optimaal de mogelijkheden geboden hebt om zich motorisch te ontwikkelen en zijn of haar motoriek blijft onhandig, dan kan dat een aanwijzing zijn dat het inderdaad dyslectisch is. In dat geval zeker niet opgeven, maar doorgaan met de motoriek te oefenen.

vrijdag 4 september 2015

Eerst de hardware, dan de software

Luisteren, kijken, bewegen


Voor kinderen in groep 3 gaan leren lezen, hebben ze al een ontwikkeling van 6 jaar achter de rug. Deze ontwikkeling legt de basis om in groep 3 te kunnen leren lezen en rekenen.
Volgens sommige wetenschappers heeft het geen zin kinderen eerder tot lezen te dwingen dan wanneer ze daar aan toe zijn qua ontwikkeling. Deze ontwikkeling verschilt per kind.  Sommige kinderen kunnen al leren lezen als ze 5 jaar zijn, andere pas op 7-jarige leeftijd, de meeste op 6-jarige leeftijd.

Ik wil graag nagaan hoe dit in elkaar steekt bij kinderen met mogelijk dyslexie.
Ik zal eerst globaal schetsen hoe de ontwikkeling van een kind van 0 tot 6 jaar verloopt.
In een volgend blog zal ik een relatie leggen tussen de ontwikkeling van het kind en dyslexie.


Iemand die veel onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling en de taalontwikkeling van het jonge kind is orthopedagoog en taalpatholoog Sineke Goorhuis-Brouwer. Zij zegt: eerst moet de hardware ontwikkeld worden voor je de software kunt toevoegen. [i]
Onder hardware verstaat ze de motorische, mentale en emotionele ontwikkeling van het kind. 
De software is datgene wat een kind op school gaat leren. Om het mogelijk te maken om die software te installeren, moet de hardware eerst zijn uitontwikkeld.


Hoe verloopt die ontwikkeling?[ii]
Ik zal dat hieronder op een rij zetten en daarbij focussen op die aspecten die belangrijk zijn om te weten voor ouders die bewust willen omgaan met de mogelijke dyslexie van hun kind om zo de mate waarin die zich ontwikkelt te beperken.

De ontwikkeling van een kind beslaat de volgende terreinen:
  • De mentale ontwikkeling, het denken dus
  • De fysieke ontwikkeling: de motoriek en de waarneming via kijken, luisteren, voelen, proeven, ruiken
  • De emotionele ontwikkeling, zowel emotioneel als sociaal
In het eerste jaar ontwikkelt het kind zich razend snel. Om zich te ontwikkeling gebruikt het alle zintuigen.

tekening: Nanda Geuzebroek

 In de eerste 2 maanden is het kind vooral gefocust op het luisteren: luisteren naar klanken en intonatieverschillen. Dit is het begin van de luisterontwikkeling die cruciaal is om zich te leren concentreren en vaardigheden te ontwikkelen die ze later op school kan inzetten om te leren.
Ook wordt in die maanden een begin gemaakt met de kijkontwikkeling door te leren focussen op het gezicht van de ouders en oogcontact te maken. Net als de luisterontwikkeling vormt de kijkontwikkeling de basis voor een evenwichtige ontwikkeling van alles wat een kind nodig heeft om later goed in de maatschappij te kunnen staan. Beide stimuleren de concentratie.

foto: Nanda Geuzebroek
Na 2 maanden blijft het kind gericht op kijken en luisteren, maar daar komt dan het reageren op datgene wat het hoort en ziet bij.
Uiteraard oefent het kind ook de motoriek in deze periode: kijken en focussen vraagt ontwikkeling van de oogspieren. Naar iets grijpen, het hoofd recht houden, omrollen oefent de motoriek. Allemaal vaardigheden die nodig zijn om later goed te kunnen leren lezen.

Met 6 maanden herkent het kind de klanken van de eigen taal en kan de uitspraakontwikkeling beginnen. Deze wordt bepaald door luisterontwikkeling en motorische ontwikkeling (van tong, lippen en gehemelte). 
Door goed te luisteren leren kinderen spraakklanken van elkaar te onderscheiden. Luisteren moeten kinderen leren en dat gaat het best in een ruis-arme omgeving. Dat wil zeggen: wel het normale omgevingsgeluid, maar geen achtergrondlawaai.
Kinderen met een minder vlotte motorische ontwikkeling komen vaak minder snel tot een goede uitspraak. Je kunt ze het best stimuleren door het goede voorbeeld te geven, dwz.:
  • Een heldere uitspraak van woorden, vooral heel belangrijk bij mogelijk dyslectische kinderen
  • op positieve wijze verbeteren van foutieve uitspraak. Methode: je bevestigt wat het kind zegt, waarbij je het woord dat verkeerd uitgesproken werd,  met de juiste uitspraak gebruikt. Dus niet verbeteren, maar bevestigen.
Uitspraakproblemen zijn een normaal ontwikkelingsverschijnsel bij peuters en kleuters.

Gedurende het hele eerste levensjaar wordt ervaring opgedaan door kijken, luisteren, bewegen, voelen, ruiken.

Aan het eind van eerste jaar wordt de eerste denkstap bereikt:

  • Het kind beseft dat iets er wel is, ook al zie je het niet. Dit besef is nodig om tot spreken te komen.  Kinderen van deze leeftijd zijn dol op kiekeboe spelen.
  • Het kind beseft dat klanken iets betekenen. Dit besef vormt het begin van de woordenschatopbouw.
Peuter, vanaf 1 jaar
tekening: Nanda Geuzebroek
Het kind ontdekt de wereld en benoemt alles wat hij tegenkomt. Al benoemend ordent hij de wereld.  Het denkproces dat hierbij hoort gaat als volgt:
  • voorzeggen hoe iets heet,
  • kind zegt het na,
  • kijkt of luistert er nog eens goed naar
  • de betekenis van het gehoorde of geziene is geregistreerd.

Ouders kunnen hierbij helpen door de aandacht van hun kind te richten op iets dat ze

  • zien (= geconcentreerd details leren zien) of
  • horen (= geconcentreerd nuances waarnemen in verschil in timbre en melodie.) 
  • Deze kennis wordt later ingezet om dingen te plaatsen en benoemen.  Voorlezen uit prentenboeken is voor deze ontwikkeling een belangrijk middel.

Kinderen die goed hebben leren kijken en luisteren laten grotere actieve hersengebieden zien.  
De hersenstructuur is dus een gevolg van de training van de hersenen
Dat je invloed hebt op de ontwikkeling van de hersenen van je kind is een hoopgevend gegeven voor ouders van kinderen met mogelijke dyslexie. Wat je specifiek kunt doen, volgt in een latere bijdrage.

Kleuter
Kleuters doen al spelend ervaring die nodig zijn om succesvol de basisschool te doorlopen en om zelfstandig denkende mensen te worden. Vooral het fantasiespel is daarbij een belangrijke oefening. Kinderen testen daarbij hun laatst verworven inzichten en vaardigheden bij het zoeken naar oplossingen en problemen binnen het spel. Door het fantasiespel oefent het kind eigenlijk alle ontwikkelingsgebieden:
  • Motorische vaardigheden. Deze vaardigheden bereiden voor op:
    • complexe vaardigheden als sporten en schrijven
    • en met knippen, plakken, kleuren, tekenen de fijne motoriek, die nodig is voor schrijven 
  •  concentratie, door ergens naar toe te werken en zich niet af te laten leiden
  • associatief denken,
  • probleemoplossend denken, door datgene wat ze fantaseren ook uit te voeren, overleggen en plannen
  • taalontwikkeling, door gesprekken met andere kinderen
  • sociale vorming, door samen te spelen met andere kinderen
  • kennis van de wereld, iets uit de werkelijkheid (de wereld) wordt nagespeeld en daardoor beter begrepen
  • sociaal welbevinden (trots als iets goed is uitgepakt)

Veilige omgeving
Als een kind deze ontwikkeling geheel doorlopen heeft, is het klaar om naar groep 3 te gaan en te leren lezen en rekenen. Belangrijke kanttekening is dat de ontwikkeling zich heeft kunnen voltrekken in een veilige omgeving met heldere grenzen. In zo’n situatie krijgt het kind de kans zelfvertrouwen te ontwikkelen. De grenzen geven hem de rust die nodig is voor een evenwichtige ontwikkeling. In de praktijk betekent die dat ouders een kind tot drie jaar zeggen wat mag en niet mag. Vanaf drie jaar leg je daarbij ook uit waarom.

Samenvattend:
Het moge duidelijk zijn dat de ontwikkeling van kinderen tot en met 6 jaar essentieel is om succes te hebben als ze naar groep 3 gaan. In een veilige, ruisarme omgeving met heldere grenzen kunnen oefenen door luisteren, kijken en bewegen kan de effecten en het ontstaan van dyslexie beperken. Daarover later meer.



[i] Zij zegt: ‘Pas als het kind de hardware heeft opgebouwd (..) kan aan de installatie van de softwarepakketten worden begonnen, zoals lezen, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis …. Kortom alle schoolvakken.” Sieneke Goorhuis-Brouwer, Spelenderwijs, Ontwikkeling en opvoeding van het jonge kind, Amsterdam, 2012
Dit boekje is een aanrader voor elke ouder. Het bestaat uit columns die geschreven zijn voor de Leeuwarder Courant. Dat maakt het ideaal voor dyslecten die moeite hebben met lezen. Het zijn allemaal korte afgeronde stukken die helder zijn geschreven.
Een ander lezenswaardig boek van haar is Taalontwikkeling en taalstimulering van baby’s, peuters en kleuters, Amsterdam, 2007. Hierin legt zij helder uit hoe de ontwikkeling in de diverse leeftijdsfasen verloopt en hoe je als ouder die taalontwikkeling kunt stimuleren.
[ii] Er zijn vele dikke boeken geschreven over de ontwikkeling van het kind. Ik geef dus alleen een globaal overzicht en focus daarbij vooral op datgene wat belangrijk is om te weten in verband met het ontwikkelen van al dan niet dyslexie.

dinsdag 1 september 2015

Dyslexie, wat is dat?




De komende tijd ga ik schrijven voor jonge ouders van kinderen die nog niet naar school gaan, maar die mogelijk dyslexie hebben. En sorry, ernstige dyslecten: even doorbijten, maar het loont de moeite.

De cijfers[i].
  • Kinderen met 1 dyslectische ouder hebben 40 – 50% kans op dyslexie
  • Kinderen met 2 dyslectische ouders hebben 80% kans op dyslexie

Ouders die in deze categorie vallen doen er dus verstandig aan om:
·         alert te zijn op symptomen die op dyslexie zouden kunnen wijzen en
·         voorwaarden te creëren om de gevolgen ervan zo veel mogelijk te beperken.

Fonologisch tekort
Over de oorzaken van dyslexie is nog steeds veel niet bekend. Inmiddels zijn wetenschappers het globaal wel eens over de hoofdoorzaak van dyslexie.
De mogelijkheid om hersenonderzoek te doen via fMRI draagt veel bij aan de kennis over de oorzaken van dyslexie. fMRI maakt bijvoorbeeld zichtbaar welke gebieden in de hersenen actief zijn, als er gelezen wordt.

Lezen gaat vooral om klankverwerking. De hersenen van mensen met dyslexie werken daarbij anders dan bij niet-dyslecten. Dyslexie draait om –wat men noemt- een fonologisch tekort. Dit heeft verder niets met intelligentie te maken. Mensen met dyslexie beschikken over dezelfde hogere vaardigheden om tekst te begrijpen als niet-dyslecten.  Het fonologische tekort maakt het leren lezen voor hen echter erg lastig.
Om beter te begrijpen waarom dit fonologische tekort zo funest is voor het leren lezen, zal ik eerst kort uitleggen hoe leren lezen in zijn werk gaat.

Leren lezen
Als ouder met dyslexie herinner je je vast nog levendig hoe je in groep 3 geworsteld hebt met het hakken en plakken van woorden. Het grote probleem van dyslecten is namelijk:
·         het koppelen van klanken aan letters,
·         het aan elkaar plakken van losse klanken tot een woord
·         het uit elkaar rafelen van een woord in losse klanken.
Dit alles heeft te maken met de fonologische verwerking van de klanken in de hersenen. Dit verloopt bij dyslecten anders verloopt dan bij niet-dyslecten.
Het fonologisch tekort blokkeert het decoderen, oftewel het omzetten van lettertekens naar een woordbeeld. Het dyslectische kind stopt alle aandacht in het hakken en plakken. Hierdoor heeft het kind geen ruimte over voor het achterhalen van de betekenis van de woorden. Om een woord betekenis te geven moet je gebruik kunnen maken van de context. Helaas kun je die context niet inzetten als het decoderen moeizaam verloopt.

Sally Shaywitz[ii]

Sally Shaywitz is een dyslexie-expert verbonden aan de Yale Universiteit in Amerika. Shaywitz heeft fMRI-onderzoek gedaan naar de werking van het brein van mensen met dyslexie. Shaywitz liet kinderen in een fMRI-scanner niet-bestaande woorden lezen. Daaruit bleek dat de hersenen van dyslecten anders werkten.
 

Hersenen en leren lezen

Bij het lezen worden vooral drie gebieden in de linker hersenhelft actief.
Bij lezen alleen links actieve hersengebieden in normaal brein
1.       Het gebied van Broca, voorin de linker hersenhelft. Dit gebied is zeer actief bij beginnend lezen. Het helpt bij een langzame woordanalyse. Langzame woordanalyse heeft een kind nodig als het leert lezen.
Ook speelt het gebied van Broca een rol bij de uitspraak van woorden.
2.       Het pariëto-temporale gebied aan de achterkant van de hersenen, vlak boven en achter het linker oor. Ook dit gebied wordt ingezet bij de langzame woordanalyse.
3.       Het gebied aan de achterkant van de linker hersenhelft, het occipito-temporaal gebied. In dit gebied gebeurt heel veel:
·         Visuele informatie komt hier binnen, zoals streepjes, cirkels, haaltjes, kortom lettervormen.
·         De woordvormen en woordklanken komen hier binnen,
·         net als de woordbetekenis. Ze worden hier samengevoegd en opgeslagen.
·         De beginnende lezer gebruikt dit gebied om:
                                                   i.      de klank-tekenkoppeling te maken en
                                                  ii.      om woorden op te splitsen in klanken.

Dit gebied is uitermate belangrijk voor het vlot lezen, omdat hier de woordvormen en hun betekenissen liggen opgeslagen. De geoefende lezer is in staat uit dit gebied razendsnel de woordbeelden en betekenissen op te halen. Shaywitz noemt dit ‘de snelweg voor het lezen’.

Gebruik beginnend en geoefend lezen
Tussen deze drie gebieden lopen neurale netwerken om onderling informatie uit te wisselen. Bij het beginnend lezen wordt dat netwerk aangeboord. Door het vele gebruik van dit neurale netwerk wordt het verder ontwikkeld en verstevigd.

  • Beginnende lezers gebruiken deze drie gebieden intensief bij het lezen.
  • Omdat geoefende lezers massa’s woorden hebben opgeslagen in het gebied achterin de linker hersenhelft, gebruiken ze vooral dat gebied bij het lezen. Alleen bij lastige, onbekende woorden wordt het voorin gelegen gebied even kort ingeschakeld.

Het dyslectische brein
In het dyslectisch brein bij lezen zowel links als rechts actieve gebieden *)

Shaywitz ontdekte dat het dyslectische brein anders werkt. Normaal worden voor het lezen drie gebieden in de linker hersenhelft gebruikt, aan de voor- en achterkant.

Bij het dyslectisch brein worden de zenuwbanen aan de achterkant van de hersenen te weinig geactiveerd. Omdat daar de klank-tekenkoppeling plaatsvindt, verloopt het lezen bij dyslecten traag en niet-vloeiend.

Om dat te compenseren gaan kinderen met dyslexie delen aan de voorkant van de rechterhersenhelft gebruiken om de tekorten aan de linkerkant te compenseren. Dit wordt sterker naarmate kinderen ouder worden[iii].
De goede lezers gaan dus steeds meer het achterste deel gebruiken en de dyslectische lezers de delen aan beide voorkanten.

Het veelvuldig gebruik van het centrum van Broca maakt zichtbaar dat veel mensen met dyslexie de strategie van de subvocalisatie gebruiken. Ze lezen als het ware zichzelf in gedachten ‘hardop’ voor.  Ze verklanken de woorden om grip te krijgen op de structuur van het woord. [iv]

Hersenreparatie

Gerepareerd dyslectisch brein na goede leesbegeleiding

Shaywitz onderzocht wat het effect is van een goede leesbegeleiding op het brein van kinderen met dyslexie.
·         De kinderen kregen een jaar lang een speciaal leesprogramma.
·         Direct na dat jaar werden hun hersens weer gescand. Het bleek dat:
o        de leesgebieden aan de linkerkant van de hersenen meer geactiveerd werden.
o        Ook aan de rechterkant werden secundaire leeszenuwbanen gebruikt.
·         Weer een jaar later werden de leesbanen aan de rechterkant minder gebruikt en waren de zenuwsystemen aan de linkerkant verder ontwikkeld. De hersenen waren meer op die van kinderen zonder dyslexie gaan lijken. Ze gingen ook steeds beter lezen. Shaywitz noemt deze verbetering ‘hersenreparatie’.

Het goede nieuws
Wat betekent dit nu voor jonge ouders van kinderen met mogelijk dyslexie? Dat betekent dat zij iets kunnen doen om de ‘schade’ voor hun kind te beperken.
De hersenreparatie kwam tot stand omdat er een doeltreffend programma gebruikt werd. Een programma dus dat werkte aan de verbetering van de fonologische werking van de hersenen.

In haar boek Hulpgids Dyslexie geeft Shaywitz vooral uitgebreid advies aan ouders van kinderen vanaf groep 3.
Ik zal hier tips en achtergrondinformatie geven voor de periode van 0 tot 6 jaar. Je kunt heel veel doen om de fonologische verwerking in de hersenen van je kind te bevorderen. En het leuke is: dat kan spelenderwijs.

Notabene
Eigenlijk doen ouders van nature niet anders dan de ontwikkeling van hun kind stimuleren. Wanneer je de achterliggende oorzaak van dyslexie begrijpt, dan kan het stimuleren van de fonologische ontwikkeling een vanzelfsprekende zaak worden.
Een ding is zeker: afwachten zal niet helpen. Je bewust zijn van een mogelijk fonologisch tekort van je kind en daar gericht iets mee doen wel.


*) tekening door Nanda Geuzebroek, naar Shaywitz
[i] Het langlopende NWO-onderzoek van de Universiteiten van Groningen, Nijmegen en Amsterdam, waarin de kinderen in gezinnen met dyslexie in de familie vanaf de geboorte gevolgd werden.
[ii] Een aanrader om aan te schaffen: Sally Shaywitz, Hulpgids dyslexie, Een nieuw en volledig op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd programma om leesproblemen te overwinnen, Amsterdam, 2005
Ook een bezoekje aan haar (Engelstalige) website is de moeite waard. Er is een speciaal deel voor ouders met tips en achtergrondinformatie. Zij en haar man leiden het Yale Center for Dyslexia & Creativity.
De afbeeldingen in dit blog zijn gebaseerd op Shaywitz onderzoek. 
[iii] Adolescenten overactiveren ook het centrum van Broca aan de voorkant in de linkerhersenhelft.
[iv] Nog ander hersenonderzoek:
·         Op de Universiteit van Leuven is ander fMRI-onderzoek gedaan. Daar is onderzocht hoe het dyslectische brein omgaat met gesproken woorden. Daaruit bleek dat de klanken wel goed binnen komen, maar dat het gebied van Broca, waar de woordanalyse plaatsvindt, niet goed communiceert met het gebied waar de klanken binnenkomen.
Onderzoek aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen laat zien dat baby’s nog alle mogelijk spraakklanken kunnen onderscheiden. Na verloop van tijd verdwijnt de gevoeligheid voor de klanken die niet tot de eigen taal behoren. Mensen met dyslexie bleven echter wel gevoeliger voor klanken die niet tot hun eigen taal hoorden. Wat dat betekent voor de behandeling van dyslexie moet nog verder onderzocht worden.